Vrijwilligers

15-07-2017

Hieronder treft U de contributie 2017-2018 aan met de borgbedragen.
Dit is de uitkomst van de werkgroep "Iedereen draagt een steentje bij" en besloten tijdens de Algemene Ledenvergadering van 12 juni j.l.

 

   Thans  Borg  Totaal (afgerond)

Senioren

€ 180,30*

€ 39,66

€ 220,--  *

Junioren (O19 t/m O15)

€ 144,20 *

€ 31,72

€ 176,--  *

Pupillen (O13 t/m O9

€ 128,80 *

€ 28,20

€ 157,--  *

Mini’s (O7)

€ 77,30 *

€ 17,--

€ 95,--  *

Recreanten (zaterdag)

€ 67,00 *

14,74

€ 82,--  *

       

* Bedragen zijn exclusief bijdrage RSA

 

 

14-06-2017:

Treffende Column van Dirk Jan van der Zee (KNBV)

‘Moet je vrijwilligers nou betalen voor hun werkzaamheden of is dat niet te rijmen met de aard van een vereniging?’ Deze vraag lag op ieders lippen bij de KNVB-bijeenkomst over de toekomst van de vrijwilliger. Een lastig dilemma, al zeg ik het zelf. Puur op gevoel zou ik zeggen nee. Het klopt niet. Waarom zou je een vergoeding moeten ontvangen voor iets wat uit je hart hoort te komen? Voor de sport, je cluppie, de kinderen en de mensen om je heen. Een financiële beloning voor vrijwilligers voelt daarom een beetje als valsspelen. Omdat er in het leven meer is dan eigen belang.

Diezelfde reactie herkende ik bij andere mensen op de bijeenkomst. Dat komt, denk ik, omdat we in Nederland sinds het einde van de negentiende eeuw zijn opgevoed met het idee dat de sportvereniging een soort tweede thuis is, waarin ieder lid van de familie meehelpt om een steentje bij te dragen aan de voorspoed van alle leden. Sterker nog; je ging tot het midden van de jaren ’70 bij een vereniging omdat deze paste bij je levensovertuiging, afkomst en achtergrond. Bewust of onbewust voetbalde je zo mee aan een hoger doel.

Maar dat is lang geleden. Ondertussen weet iedereen binnen het amateurvoetbal hoeveel moeite het kost om vrijwilligers te vinden (en de huidige mensen in de club betrokken te houden). Tegenwoordig vinden leden een bardienst draaien of een rijbeurt gedoe. In het weekend wordt dat pijnlijk zichtbaar, wanneer diverse ouders hun kinderen bij de club droppen alsof ze zojuist een plofkraak hebben gepleegd. Deur open, kind eruit en met piepende banden, zo snel mogelijk wegwezen naar de start van hun ‘Me time’.

Ergerniswekkend? Zeker, maar tegelijkertijd ook de nuchtere realiteit. Daarom zie je verenigingen naar andere wegen zoeken om hun club fit te houden. Dat beweegt zich van bestuurlijke oplossingen, zoals deeltijd- en duovoorzitterschap, tot jonge vrijwilligers die alleen voor speciale projecten worden gevraagd. Maar met dat gegeven alleen, red je het niet. Dit blijkt uit het groeiend aantal clubs dat in Nederland ook naar financiële stimuli grijpt om de boel niet in de soep te laten lopen. Op een paar plekken in Nederland wordt zelfs gewerkt met een professionele verenigingsmanager, die tegen een vast salaris, de operationele zaken bij de club regelt (inclusief de organisatie van de vrijwilligers). Zo’n manager wordt betaald uit de verhoogde contributie voor de clubleden, die geen zin hebben om thuis te geven wanneer hun hulp wordt gevraagd.

Rationeel heb ik mij bij deze ontwikkeling neergelegd. Het is aan de clubs om samen met hun leden te bepalen hoe ze aan een gezonde toekomst bouwen voor de vereniging. Toch blijft het ongemakkelijk voelen. Het idee dat het voetbal meer van het hoofd wordt dan van het hart.

Of mag ik het zo niet zien?

Interview Laurens Loenen

Als ik het heb over Laurens Loenen, dan is het nog altijd de vraag over welke van de drie. In dit geval de middelste van de generatie. Allebei zijn zonen spelen bij de club: Laurens in het eerste en Valentijn bij JO19-1. Tevens is Laurens hoofdsponsor, zit hij in de evenementencommissie en was hij vaak betrokken als leider bij diverse elftallen.

Zelf ken ik hem al sinds mijn eerste dag dat ik het sportpark De Wijchert op kom lopen. Tien jaar ben ik als ik met mijn vader het trainingsveld op kom om te vragen of ik mee kan trainen. Het is mijn geluksdag, de E3 speelt toevallig een oefenpotje. ‘Is het goed als hij meedoet’, vraagt mij pa aan Laurens. ‘Geen probleem’, zegt Laurens, die destijds leider was van de E3. Dat voelde als een warm welkom, bij de Woezik zijn we niet eens meer wezen kijken. Als klein hummeltje ging ik nog weleens voor eigen succes maar dat leerde ik snel af. “Ik vind het prima als je voor eigen succes gaat, maar dan moet je hem wel maken. Als je de bal er niet in schiet dan moet je hem afgeven”, zei Laurens tegen mij. Een uitspraak met Cruijff-achtige allure. Kan zo op een tegeltje. Dat vond ik prachtig, dus dacht ik de volgende keer wel twee keer na als ik alleen op de keeper afging.

Samen spelen, goed combineren. Dat is het voetbal waar hij van houdt. “Als ik moet kiezen tussen voetbal en zaalvoetbal dan kies ik voor zaalvoetbal. Het mooie daarvan is dat, als het goed gespeeld wordt, er altijd iets gebeurd. Als er eentje afhaakt valt het hele team uit elkaar. Je moet daar samenspelen. Op het veld kan de wedstrijd periodes hebben dat het minder spannend is doordat het tempo uit de wedstrijd verdwijnt”, aldus Laurens.

Zelf speelde hij tot de B1 bij AWC, in zijn jeugd stond hij in de punt van de aanval geposteerd. “Ik was een spits, iemand die op de ballen wachtte en ze dan afmaakte.”  Waarom stopte je zo vroeg met voetballen bij AWC? “Op een gegeven moment kwam ik niet meer trainen. Toen werd ik ernaast gezet. Er waren andere dingen die ik interessanter vond.” Zoals? “Plaatjes spelen op de radio, voornamelijk discomuziek. Nummers van Kool & The Gang en Chic bijvoorbeeld. Ik zat bij een piratenzender, Contact heette het. In die tijd was het verboden om radio te maken dus zaten we in een schuurtje verstopt ergens. Het signaal kwam van een zendmast die een eindje van ons vandaan zat dus ze konden ons nooit vinden, ik had zelfs een schuilnaam.”

De zender bereikte zelfs luisteraars tot in de randstad. Het radio maken ging er anders aan toe dan nu vertelt Laurens aan mij. “Met de techniek van nu gaat alles digitaal, maar destijds moest je in je hoofd al weten wanneer je de ene plaat ging terugdraaien om hem goed over te laten lopen in het andere nummer. Je was continu aan het rekenen.” Van een carrière in de muziekbranche kwam het niet. “Het was een leuke hobby, maar de kans op een baan als dj was minder zeker. Na mijn diensttijd ging ik aan de slag bij Technisol waar ik ga over de verkoop.” 

Laurens leidt mij rond in het bedrijf. Ze maken veel meer dan alleen maar isolatieproducten. Van detectiepoortjes tot verpakkingsmateriaal, over de hele wereld is wel een stukje Technisol te vinden. Na het werk springt Lau graag op de fiets. “Het bos is om de hoek, dat is ideaal. Heerlijk vind ik dat, even lekker ontspannen in de natuur. Of ik ga thuis roeien, televisie aan en je bent zo een uurtje bezig. Iedere dag probeer ik wel een uur te bewegen.” Sporten heeft de 48-jarige Wijchenaar altijd gedaan. “Vanaf mijn 25e tot 35e heb ik in de zaal gevoetbald en tot een aantal jaar geleden heb ik gesquasht.” Verder gaat hij graag uit eten. “Niet te veel, maar echt goed eten, daar kan ik van genieten. Net zoals een biertje drinken. Dat doe ik graag.” Wel heeft hij nog een ding bovenaan zijn wensenlijst staan: een jukebox. “De oude platen van vroeger die ik op de radio draaide heb ik nog. De meeste ga ik verkopen en de mooiste bewaar ik dan om af te spelen.”